AED
Het gebruik van een automatische externe defibrillator (AED) verdubbelt de overlevingskans na een hartstilstand. Volgens onderzoek is de overlevingskans na een plotse hartstilstand sinds de AED gestegen van 9 naar 17 procent. 
De Club van 100 heeft Nicolaas Boys een AED toestel geschonken. Het toestel hangt in de kantine.
Het AED toestel is een draagbaar toestel dat wordt gebruikt bij een persoon met een hartstilstand, waardoor op een geautomatiseerde manier een elektrische schok wordt toegediend, met als doel het hart weer in een normaal ritme te brengen. Een AED wordt vaak ten onrechte een hartmassage apparaat genoemd. Een AED geeft echter een elektrische schok en geen hartmassage.
Doordat een AED een eenvoudig te bedienen automatisch toestel is, is het nu mogelijk dat defibrilleren niet uitsluitend door de professionele hulpverleners kan worden uitgevoerd, maar ook door andere (opgeleide) personen.
In Nederland is het iedereen toegestaan om in geval van een noodsituatie of een levensbedreigende situatie een AED te gebruiken.
Hoe te handelen:
1. Reanimatie:
Als er niet meteen een AED toestel aanwezig is en/of als professionele hulp nog onderweg is, dient er onmiddellijk reanimatie door omstanders te worden toepast, of te wel Basic Life Support (BLS).
De zogenaamde basale reanimatie bestaat uit twee elkaar afwisselende onderdelen: hartmassage en beademing.
Hartmassage zorgt er voor dat het bloed uit het hart wordt gedrukt om zo de bloedcirculatie naar de vitale organen op gang te brengen. Beademing dient er voor om het bloed via de longen te voorzien van zuurstof, wat met name van vitaal belang is voor de hersenen.
Een juiste manier van reanimeren, in de juiste volgorde en frequentie, is uitermate belangrijk. Op het moment is de aanbevolen volgorde en frequentie:
• 30 x hartmassage
• gevolgd door 2 x mond – op - mond beademing.
• snelheid van hartmassage is 100 x per minuut.

|
Blijf doorgaan tot iemand met een AED (Automatische Externe Defibrillator) komt en/of totdat ambulancepersoneel de reanimatie overneemt.
|
|
AED:
Wanneer er een AED arriveert, volg de gesproken instructies op. Op een AED zitten meestal slechts twee knoppen. Eén om het toestel in te schakelen en één om een schok toe te dienen. Na het aanzetten zal het toestel de hulpverlener door middel van gesproken instructies begeleiden. Het zal de hulpverlener vragen om de elektroden op de borst van het slachtoffer te plakken en het zal nadien automatisch een analyse van het hartritme maken. Stelt het toestel vast dat er sprake is van ventrikelfibrilleren of ventrikeltachycardie, dan zal een elektrische schok worden geadviseerd en zal het de hulpverlener instrueren om deze toe te dienen. Vervolgens gaat men weer door met thoraxcompressies en beademen.

|
 bel 112
|
 reanimeer
|
 defibrilleer
|
|